Kracht van Kruiden

asteria kruiden

Volksgeneeskunst met de Kracht van Kruiden.

De natuur geeft ons een enorme hoeveelheid planten en struiken. Veel daarvan hebben een geneeskrachtige werking. Meestal is het zo dat je geneeskrachtige kruiden in je directe omgeving kunt vinden en dat deze kruiden ook passen bij jouw ziekte of klacht.
Fytotherapie of kruidengeneeskunde is een hele oude vorm van de volksgeneeskunst. Kruidengeneeskunst is een hele oude manier om mensen beter te maken. Door de stoffen die in kruiden zitten, de inhoudsstoffen weten wij hoe ze geneeskrachtig werken.

Maar de Natuurgeneeskunst is nodig om met kruiden verantwoord te kunnen werken. Kruiden zijn het middel in de natuurgeneeskundige manier van denken om mensen beter te maken. Kruiden kunnen de ziekte symptomen bestrijden, maar wat nog belangrijker is, ze brengen ook psychische veranderingen op gang. Want genezen kan alleen als je van binnenuit geneest, niet alleen de kwaal, maar de hele mens hoop je te genezen.
Kruiden kunnen het lichaam ook reinigen, omdat ze de uitscheidingsorganen stimuleren in hun werking.
Ook kunnen kruiden het weerstandsvermogen verhogen, omdat het zelfgenezend vermogen van het lichaam wordt gestimuleerd.

Dus naast de kennis van de kruiden, hoe die te gebruiken, is het ook belangrijk om ziekteprocessen van de mens te kennen, te weten hoe die verlopen. En hoe de natuurgeneeskunde dit bekijkt, een holistische visie noemt men dat ook wel.
Inzicht in de geestelijke achtergrond van aandoeningen en kennis van de natuurgeneeskundige wetten van genezing zijn daarbij onontbeerlijk.

asteria kruiden2Magie en volksgeneeskunde in oude tijden.

In de prehistorie en in zogenaamde primitieve culturen kadert de geneeskunde in een magisch-mythologisch wereldbeeld. Magie kunnen we omschrijven als een dialoog tussen de mens en de hem omringende werkelijkheid door middel van een woord, een gebaar of een ritueel. Door middel van magie probeert men vat te krijgen op een onbegrijpbare wereld met woorden gebaren en riten.
Ziekte wordt toegeschreven aan oergeesten, natuurgeesten of demonen, of aan geesten van overleden voorouders die uit onvrede of wraakzucht het lichaam of een deel van het lichaam in bezit nemen.
Geneeskunde bestaat erin de boze geesten op afstand te houden of, wanneer dat niet is gelukt, hen weer uit het organisme te verjagen.
De medicijnman of -vrouw of de sjamaan heeft het vermogen met de geestenwereld te communiceren. Daarnaast bezit de sjamaan ook een uitgebreide kennis van geneeskrachtige planten en mineralen, hem overgeleverd door een leermeester.

De middeleeuwse geneeskunde bevat veel magische elementen. Het gebruik van kruiden is hierbij belangrijk. Men gebruikt de dierenriem voor het bepalen van de plaats van aderlatingen en voor talrijke medische ingrepen. De maan heeft evenveel invloed op het lichaam als de lichaamsvochten. Door middel van tabellen en afbeeldingen kan de arts de therapie bepalen naargelang de stand van de maan en de planeten.

In de volksgeneeskunde gebruikt men vaak technieken die het therapeutisch proces symboliseren. Men doorbreekt de band tussen zieke en ziekte door afbinden, afstrijken, uitsnijden, achteruitwerpen, knopen, doorkruipen…

Hondius_brugje
Epileptici worden over het brugje gedragen (Hendrik Hondius, 1642)

Drie gravures van Hondius (1642) naar tekeningen van Pieter Bruegel geven ons een beeld van de dansprocessie in Molenbeek, bij Brussel. De commentaar luidt dat de pelgrims (bezetenen, lijders aan de chorea van Sint-Vitus en epileptici) op Sint-Jansdag dansend over de brug moeten worden gebracht en dan voor één jaar genezen zullen zijn.
Ook laat men in de volksgeneeskunde de patiënt plots schrikken, in de hoop dat de ziekte door de schok zal verdwijnen. Soms gaat men daarbij heel ver en komen er bijvoorbeeld geselslagen aan te pas.

Uit vrees dat de krankzinnige bij het uitkramen van wartaal God zou verloochenen – een bijzonder zwaar vergrijp – schrijft men voor de zieke te laten stikken in een kussen: het smoren van de dollen.

De christelijke traditie heeft veel magische elementen geïncorporeerd, zoals het branden van kaarsen, het eten van de hostie en het wijden van huizen, vee of auto’s.
Ook in het hedendaagse bijgeloof vinden we deze magische houding terug. We lopen niet onder ladders door om ongeluk te vermijden en komen liever geen zwarte poezen tegen.

Geschiedenis van de kruidengeneeskunst

een overzicht. In grote lijnen zijn er drie periodes te onderscheiden:

vóór Christus

dit betrof vooral intuïtieve kennis die mondeling werd overgeleverd.
De oudste kruidengebruikers zijn:

  • Al in de prehistorie worden wilde planten vereerd en krijgen ze bepaalde krachten toegekend.
  • In Denemarken is een veenlijk opgegraven uit de steentijd. Kort voor zijn dood had hij varkensgras samen met andere kruiden en gierst gegeten.
  • Soemeriërs (2300 voor Christus)
  • de Chinezen (ze hadden een farmacopee met 365 kruiden)
  • Egyptenaren  gebruikten betonie tegen allerlei kwalen zoals boze geesten, depressies, duizelingen enz. en vooral magisch gebruik in tempels)
  • de Grieken en later in mindere mate de Romeinen.
  • Romeinen gebruikten zuring tegen scheurbuik
  • Hippocrates: vader van de geneeskunst en grondlegger van de natuurgeneeskunde (humoraalpathologie) denk hierbij aan de vier sappenleer
  • Aristoteles

ná Christus

  • de Griekse kennis komt in de rest van Europa via de kloosters (de monniken hebben kennis van Grieks en Latijn) en wordt vastgelegd in boeken. Dit vormt eeuwenlang de basiskennis over geneeskunde en kruiden.
  • Bekende namen uit die tijd:
  •  In kloostertuinen werd maagdenpalm veel gekweekt en men gebruikte het “overal” voor zoals difterie, nachtmerries, slangenbeten
  • Hildegard von Bingen is abdis in een benedictijns klooster in de 12de eeuw en schreef over de sleutelbloem dat deze hielp tegen zwartgalligheid. En de sleutel tot het paradijs is.
  • In de Middeleeuwen herontdekte men mariadistel als middel tegen aandoeningen van de lever en milt.
  • Dioscorides
  • Galenus (150 na Christus) maakt nauwkeurige omschrijving van ziekten en maakt kruidenextracten (galenische preparaten).
  • In de Middeleeuwen zijn de kloosters de centra voor kruiden: Karel de Grote verplicht deze zelfs om 70 soorten te verbouwen.
  • Paracelsus (1500), een Zwitsers arts, legt verbanden tussen mens, dier, plant en kosmos: de vader van de signatuurleer; hij ontdekt de ziel van de plant.
  • Dodonaeus of Dodoens (1517-1585) stadsarts en lijfarts te Mechelen en daarna aangesteld als hoogleraar geneeskunde, schrijft 11 het Cruydtboeck” en onder zijn invloed wordt de eerste botanische tuin aangelegd. Bovendien geeft hij aan welk temperament een kruid heeft.
  • Hondius schreef in 1621 een boekwerk met leerdichten. Op rijm omschreef hij de werking en soms de vindplaats van verschillende kruiden. Geneeskracht of ‘doktersrecept’ Oogentroost van ouden tijen Veel geacht bij alle lijen Vinden wij op mencke wijcken Her en daer aen ouwe dijcken; Dienstelicken om gebreken Van ’t gestichte gae te slaen Als de Oogen yemantleken bedeckt met wolcken stean. (duidt op staar)
  • Nicholas Culpeper werd geboren in Londen in 1616 en was astroloog en dokter in Spitalfields in 1640. Hij schreef in 1649 een boek, een niet toegestane vertaling uit het Latijn, waarmee het monopolie van artsen werd doorbroken. Sindsdièn is zijn boek veel vertaald.
  • Nijlandt maakt in 1670 een samenvattend werk dat in een oogopslag de planten en hun werking laat zien. En zegt wat voor planten ‘sich in ons Nederlandt, soo wel in ’t wilde, als in de Hoven tot vermaeck, voedtsel en herstellinghe van de gekrenckte gesontheyt des menschelijcken lichaems vertoonen.’ Even een voorbeeld: ‘Meekrap helpt tegen verstopping van de lever en nieren. Dat orgaan wat gehinderd wordt door stenen of aangroeisel.’

De kennis over kruiden wordt steeds meer uitgebreid, o.a. door de ontdekkingsreizen: de Inca’s en Azteken (Zuid-Amerika), de Indonesische cultuur en hun kruiden. Nu ontstaat de behoefte om alle informatie te onderzoeken en te ordenen. Dit gebeurt in speciale kantoren, ‘officines’ en de geneeskrachtig bevonden planten krijgen het achtervoegsel’ officinalis. In feite zijn de officines de eerste apotheken.

Dodoens.2

Rembert Dodoens of
Rembertus Dodonaeus (1517-1585)
16e eeuw = Renaissance tijd.
Vader = Dodo (Dionijs) Joenckema = Fries, stadsgeneesheer v. Mechelen. Moeder = Mechelse. Dodoens = zoon van Dodo.
Op 13 jaar à Leuven om medicijnen te studeren, afgestudeerd op 18jr(Lic. i/d  medicijnen).
Kruidkundige, sterrekundige en stadsgeneesheer te Mechelen(opvolger v. vader vanaf 1541). Alsook taalkundige, wiskundige, aardrijkskundige. Hij zei van zichzelf dat hij een Mechelaar was(geboorteplaats is onbekend).  Doorbraak in 1554 met zijn Cruydeboeck.  Van 1574 tot 1580 keizerlijke arts in Oostenrijk.
Van 1582 tot zijn dood hoogleraar(=DROOM, cfr voorstel Leuven) geneeskunde aan de universiteit van Leiden(hier begraven).

Dodoens schema

Wij zijn het land van koude ziektes. Dat zijn bijvoorbeeld reuma, kanker, MS, chronische ziektes, diabetes. Heeft te maken met blokkades, het niet doorstromen. Koud en nat betekent bijv. verkouden, snottelbellen, slijm. Daar zijn warm droge kruiden goed voor om alles in evenwicht te brengen.

Na de 17e eeuw

  • Mendel: met zijn erfelijkheidsleer
  • Linnaeus maakt de indeling van het plantenrijk. Dit maakt communiceren makkelijker tussen plantenkenners onderling. , hij voegt officinalis toe aan een geneeskrachtig kruid.van Leeuwenhoek: de microscoop, waardoor de ontwikkeling van de celbiologie, biochemie, scheikunde mogelijk wordt. Men gaat de plant onderzoeken en ontleden en ontdekt de werkzame bestanddelen en de ballaststoffen: de wetenschappelijke
  •  Fytotherapie ontstaat na de ontwikkeling van scheikunde etc. Men gaat de plant onderzoeken en de werkzame bestanddelen worden geïsoleerd. De wetenschappelijke benadering van kruiden is een feit en men noemt het fytotherapie.
  • Hahnemann is de grondlegger van de homeopathie.
  • Edward Bach arts, bacterioloog en homeopaat. In 1930 ontwikkelt hij 38 bloesemremedies.
  • De chemische geneeswijzen ontwikkelen zich: de werkzame stoffen uit kruiden worden geïsoleerd en chemisch nagebootst (de allopathie).De allopathie neemt steeds meer de overhand. Dit is het ontwikkelen van chemische nabootsingen van geïsoleerde stoffen uit de natuur. Denk hierbij aan het aspirientje dat salicylzuur bevat dat uit de wilgenbast is geïsoleerd. De kruidengeneeswijze wordt op een tweede plan gezet en kwakzalverij genoemd. Toch zijn er mensen die doorgaan met het opschrijven van oude kennis. Er is ook wetenschappelijk onderzoek nacy” kruiden (om inhoudsstoffen te isoleren) wat wordt ingevoerd in de oude kruidengeneeskunde.

Namen uit onze tijd:

  • van Hellemont: schreef in de jaren 70 een standaardwerk met de inhoudsstoffen van de kruiden en wetenschappelijk aangetoonde werking hiervan.
  • Uyldert: schreef boeken vanuit de astrologische visie en baseerde haar werken veeiäi op Pelikaan, Steiner, Dodoneus etc. Goed leesbaar en correct.
  • Pelikan, een Duitse schrijver die in drie delen bijna alle plantenfamilies heeft be­schreven. Legt hierbij een ‘eigen’ signatuur leer aan. Het werk is doortrokken van zware antroposofische termen en voor iemand die hiermee niet bekend is, vrijwel onleesbaar. Maar wel heel prachtig en diep als je jezelf erin verdiept.
  • Mrs. Grieves, een zeer uitgebreid boek heeft zij geschreven over zelfs de meest onbekende kruiden. Iemand uit de praktijk die jarenlang les heeft gegeven in kruidenleer. “Complete Herbal”
  • Dr. Vogel, iemand die de Zwitserse volksgeneeskunde heeft opgeschreven. De overle­veringen die hij van zijn oma leerde, gaf hij via zijn boeken aan een breder publiek door.
  •  Maria Treben Kruiden uit God’s tuin en maakt de Zweedse kruiden van dr Samst weer bekend Dankzij mijn oud tante bezit ik het uitgebreide werk.

Met de volgende wijsheid wil ik deze opsomming eindigen: ’Mijn oma zet er thee van om haar en mijn haar ermee te spoelen voor de stevigheid en glans.’ Laten we oude kennis die in de familie aanwezig is koesteren en ik hoop dat er veel mensen weer kennis opdoen, door cursus, door lezen en door ervaringen, over de geneeskracht van de natuur om ons heen.

asteria kruiden 2

HOLISTISCHE VISIE

De genezing van een deel kan niet plaatsvinden zonder behandeling van het geheel’ (Plato 427-347 v. Chr.)
De spreuk van Plato vertelt dat aan ziekte meer ten grondslag ligt dan dat wat zich aan de oppervlakte laat zien. Om het geheel te behandelen stel je meer vragen zoals waar komt een klacht vandaan, welk orgaan speelt een rol en hoe verander ik de omstandigheden zodat ik kan genezen. Daarbij wordt ook het zelfhelend vermogen aangesproken.
Eigenlijk zou deze kennis weer algemeen bezit moeten worden omdat op deze manier ieder zichzelf kan helen. Al was het maar om de jeuk van muggenbulten tegen te gaan.

Nou een heel overzicht vanuit mijn studie en vakopleiding van lang geleden. Voornamelijk gebruik ik de kruiden energetisch in wierook en amuletten.

Bronnen:, Ingrid, Tanja en Pythia

Amulet of Wierook

Aromatherapie

Magie en Feng Shui

Creatief met Kruidenmagie

Kus de Heks in je wakker

Zweedse Kruiden